woensdag 13 februari 2008
CXCIII
Ze had een taxi genomen en zich naar huis laten rijden. Ineens was ze helemaal op geweest. Op van alle spanning,van de zoektocht in combinatie met het werk. Haar zus was zoek, echt zoek. Het was haar nu wel duidelijk geworden dan het ernstig was. De detective, Colin en zijn bezorgde blikken, Thomas op de wc in een restaurant. Misschien was Hannah wel al dood. Misschien zochten ze naar niks, alleen een lijk. Die ex van Hannah had er niet vriendelijk uit gezien en het feit dat ze na het verstoorde telefoontje in het restaurant niks meer hadden gehoord was geen goed teken. Hannah had hen gezien, had haar moeder gebeld en had zelfs haar gebeld in dat restaurant, dat wist ze bijna zeker. De stilte van de afgelopen dagen was eigenlijk onheilspellend geweest. Pas nu drong het tot haar door dat Hannah echt gevangen kon zitten. Misschien wel dood was. Eerst was dat een abstract idee geweest, onderdeel van de mindgame die de hele zoektocht leek te zijn, maar nu werd het realiteit. Ze Hannah voor zich ergens in een kelder, gescheurde kleren en vastgebonden aan een stoel, een druppelende kraan boven een vieze wasbak op de achtergrond. Zou Hannah het gevaar hebben aangevoeld en haar daarom hebben gebeld op haar verjaardag. Misschien wilde ze wel expres een teken van leven geven omdat ze bang was dat het anders niet op zou vallen als ze dood was. Onwillekeurig bedacht ze zich hoe ze aan haar ouders zou moeten vertellen dat Hannah dood was. Hoe zou de begrafenis eruit moeten zien? Ze wist eigenlijk niet wat Hannah zou willen. Al die jaren van afwezigheid hadden een gat geslagen in hun verleden maar ook in hun toekomst. Ze had het nooit met Hannah gehad over trouwen, kinderen krijgen of dood gaan omdat toen ze beiden daarvoor de leeftijd kregen Hannah al weg was.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten