maandag 11 februari 2008

CXCI

Het was een bizar telefoongesprek geweest. Thomas die sissend en fluisterend ergens in Rome op een wc zat en Tamar die in Londen buiten in de motregen heen en weer liep voor het raam van het restaurant terwijl Colin door het raam heen allerlei gezichten naar haar trok in de hoop dat zij, al gebarend, zou duidelijk maken wie ze aan de lijn had en wat hij zei. Na vijf minuten hing Thomas op. Hij beloofde snel terug te bellen. Het gesprek had weinig opgeleverd behalve dat Tamar nu wist waar Thomas uithing. Ze liep weer naar binnen. Aan haar tafeltje keken de twee mannen van middelbare leeftijd haar verwachtingsvol aan. Ze schoof aan en zei: ‘Voeg aan de lijst ook maar Alessandro Grimani toe. Ik was hem vergeten maar hij woonde samen met mijn zus. Thomas zit nu op een terras vast met die Paolo die volgens hem denkt dat ie de godfather is.’ Colin en Leslie keken haar niet-begrijpend aan.
‘Laat maar,’ zei ze. ‘Dus we hebben nu Hannah, Luigi, Bianca, Paolo, DiMatteo en Allessandro Grimani. Laten we het hier even bij houden en morgen weer contact opnemen.’
Ze wilde dit gesprek tot een eind brengen. Ze had het gevoel dat die twee oude mannen samen nog uren konden zitten smoezen, theorieën en strategieën verzinnend. Voor het eerst zag ze Colin als een oude man. Nu hij zo samen met de fysiek verre van aantrekkelijke Leslie Craven aan een tafeltje zat, was overduidelijk dat ze van dezelfde leeftijd waren, ookal was Colin stukken betere gesoigneerd. Ze wilde naar huis. Ze wilde in bad en daarna met een bord warm eten op de bank. Ze stond op en zocht haar portemonnee. ‘Laat maar zitten,’ zei Colin. ‘Bel een taxi en ga lekker naar huis. Ik bel je morgen.’
Ze knikte. Gaf de detective een hand en liep naar buiten.

Geen opmerkingen: