Ben met iets bezig, dacht hij schamper. Dat was wel heel magertjes. Niet geheel bezijden de waarheid overigens, want hij was wel degelijk met iets bezig. Het opdrinken van zijn koffie bijvoorbeeld. Haast vanzelf was hij naar de Piazza Navona gelopen en op een terras gaan zitten. Hij had geen enkele mogelijkheid om verder te komen en dan kon hij net zo goed van de zon gaan genieten. Een cynische trek gleed om zijn mond. Wat had hij nu bereikt? Hij was een paar duizend euro lichter en hij had een glimp van Hannah opgevangen. Wie had haar in handen gekregen? Paolo en zijn handlangers? Die Alessandro Grimani? Wat deelden zij nog meer dan dat huis? Was hij ook haar minnaar geweest? En waarom hield hij zich telkens op in hun buurt? Wilde hij juist gezien worden? DiMatteo was ook al zo zwijgzaam, vond Thomas. Na alle informatie die hijzelf had gegeven, had de politieman hem ook wel iets kunnen vertellen. Om te beginnen wie die Grimani nu helemaal was. De inspecteur had er maar vaagjes over gedaan. En nu zat hij hier te niksen, zonder aanknopingspunten, zonder juweel en zonder Tamar. Hij pakte zijn portemonnee om af te rekenen, maar voor hij zich goed en wel realiseerde wat er gebeurde, ging er iemand tegenover hem aan het tafeltje zitten. Het was Paolo. Geschrokken kwam Thomas half overeind, maar Paolo hief sussend zijn handen op. ‘Maak je geen zorgen. Ik heb geen kwaad in de zin.’
Zijn Engels was raspend en hakkelend, maar het was onmiskenbaar de stem van de Italiaan die hij over de telefoon had gesproken. Die Wijnand hem had aanbevolen en die hij voor het laatst gehurkt in een busje met open deuren had zien zitten om hem te grijpen.
‘Sorry voor die stunt op het plein.’
vrijdag 1 februari 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten