woensdag 27 februari 2008

CCIV

Het verbaasde Thomas dat DiMatteo zich totaal niet met het verhoor (want zo noemde hij het in gedachten wel) bemoeide. De inspecteur bleef stoïcijns met zijn armen over elkaar achterin de ruimte zitten en leek meer geïnteresseerd in de roestplekken op de verwarmingsbuizen in de hoek dan in hetgeen er zich recht voor hem afspeelde. Was hem de opdracht gegeven om een verklaring van Thomas te krijgen en was hij het daar niet mee eens? Alleen als er even een zeldzame stilte viel, had Thomas tijd om hierover na te denken. Fabrizzio voerde meestal het woord, met lange, leidende vragen in uitstekend en bijna accentloos Engels. Carlo bromde wat mee, zonder zich veel in het gesprek (verhoor) te mengen. Thomas vermoedde dat hij nauwelijks Engels sprak.
‘Waarom kwam u naar Rome?’ vroeg Fabrizzo voor de zoveelste keer. Thomas onderdrukte zijn irritatie en gaf beleefd antwoord. Fabrizzo had een brutaal gezicht met brede jukbeenderen en stoppelige kaken. Hij was geen fotomodel, maar zou ongetwijfeld genoeg vrouwelijke aandacht trekken. Zijn collega Carlo daarentegen, had een lang paardengezicht en begon al te grijzen. Na drie kwartier doorzagen, bloedde het gesprek (ondervraging) dood en kreeg Thomas ook eens de kans wat vragen te stellen. Nee, hij was geen verdachte in deze verdwijningszaak, hij hoefde geen advocaat te nemen, ja, het mocht natuurlijk wel. Contact opnemen met de ambassade was niet nodig, maar als hij dat wenste, was het geen enkel probleem. Het telefoonnummer kon hij krijgen. Dit was zeker geen verhoor, het was gewoon nodig om wat meer duidelijkheid te krijgen over bepaalde zaken. Het bleef even stil.
‘Hebt u eerder met Allessandro Grimani of Paolo Nesti te maken gehad?’ vroeg DiMatteo van achterin de kamer.
‘Nee.’
‘Weet u dat zij elkaar goed kennen?’
‘Absoluut niet!’
‘Weet u hoe uw vriend Wijnand Paolo kent?’

Geen opmerkingen: