dinsdag 26 februari 2008

CCIII

‘Goedemorgen mevrouw Mendel, ik ben blij dat ik u al zo vroeg tref. Ik heb wat vragen voor uw, misschien zou u me verder kunnen helpen?’ Tamar knikte. Toen realiseerde ze zich dat het knikken voor de detective niet zichtbaar was en zei ze alleen ‘Yes’. De detective ging door: ‘Ik heb vannacht al één en ander uitgezocht omdat ik het gevoel had dat de zaak haast had. Over Alessandro Grimani heb ik met behulp van een contact in Rome wat dingen kunnen achterhalen. Hij blijkt geen fris mannetje te zijn, er doen een aantal akelige verhalen over hem de ronde. Zoals u al zei heeft hij inderdaad samengewoond met uw zus. Die Paolo waar u het over had is waarschijnlijk Paolo Nesti, een bekende van Grimani, maar of ze vrienden zijn is onduidelijk. Paolo Nesti is in iedere geval iemand die de onderwereld goed kent. Hij heeft er zijn contacten maar opereert vaak alleen of met en vaste groep van vertrouwelingen. Wat zijn link met Hannah is heb ik niet kunnen achterhalen. Grimani kende hij zeker, ze groeiden namelijk op in hetzelfde dorp. Een tijdje geleden heeft Paolo inderdaad contact gehad met Wijnand, de vriend van uw zusters’ ex. Ik heb via via kunnen achterhalen dat toen zowel uw zus als de verdwenen ketting onderwerp van gesprek zijn geweest. Paolo is na dat gesprek ook in actie gekomen en heeft navraag gedaan naar beide zaken op verschillende plaatsen in Rome. Wat zijn belang nu precies is in deze zaak is voor mij een raadsel.’ Leslie Craven haalde even diep adem. ‘Wat ik van u wilde weten: was uw zus trouw? Wellicht dat ze ten tijde van haar relatie met Grimani een scheve schaats heeft gereden en hij haar daarom iets zou kunnen hebben aangedaan?’ Tamar werd enigszins overvallen door de vraag.

Geen opmerkingen: