Eerst werden ze in een politieauto naar het hotel gebracht. De agenten die hun begeleidde bleven beneden in de lobby wachten. Waarschijnlijk vond hij hen niet vluchtgevaarlijk. Of misschien wisten ze dat er geen enkele andere weg uit het hotel was dan door de lobby. Thomas en Tamar hadden het er de avond ervoor nog over gehad dat als er brand zou uitbreken in het hotel ze alleen aan de voorkant het raam uit zouden kunnen springen, want een achterkant met binnenplaats of een brandtrap leek het hotel niet te hebben.
Doordat de agenten beneden bleven wachten hadden Tamar en Thomas de gelegenheid met elkaar van gedachten te wisselen. Ze probeerden er samen achter te komen wat nu hun beste zet zou zijn. Was weggaan wel een oplossing? Eigenlijk zouden ze moeten blijven. Waarom wilden deze agenten hen zo graag op het vliegtuig zetten? Ze waren geen verdachten in een zaak, je zou dus zeggen dat ze vrij waren te gaan en staan waar ze wilden. Maar DiMatteo dacht daar onder het mom van ‘bescherming’ blijkbaar anders over. Na een kleine twintig minuten hadden ze alles in hun koffers zitten en nog steeds geen oplossing gevonden. ‘We denken wel verder na in de auto’ zei Thomas. Volgens mij kunnen we wel af en toe wat tegen elkaar zeggen, ze verstaan ons toch niet. In de lobby bleken beide agenten gefascineerd naar een televisiescherm te staren. Er was een wielerwedstrijd op en ze leken Thomas en Tamar niet eens op te merken. ‘Wat een stelletje flutagenten zeg. Ik had zo naar buiten kunnen lopen’ dacht Tamar. Thomas moest hen zelfs aanspreken om te zorgen dat ze zich van het beeld losscheurden. Ze schokken beiden op en liepen naar de politieauto die, dubbel geparkeerd voor het hotel, de nodige verkeerschaos had veroorzaakt.
dinsdag 27 november 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten