DiMatteo blafte terwijl hij weer instapte tegen zijn assistant dat die de sirene aan moest zetten. De agent deed gehoorzaam wat hem opgedragen werd en gooide de auto in de achteruit om uit de file te raken. DiMatteo zelf pakte een seinbord onder zijn stoel vandaan en begon, half uit het raam hangend, naar andere weggebruikers te zwaaien dat ze aan de kant moesten. De agent draaide de wagen in een ondoorzichtige manoeuvre, waarvan Thomas’ handen begonnen te zweten en ze reden met blèrende sirenes tegen het verkeer in de file uit.
‘Dat was een leuk ritje,’ zei DiMatteo cynisch toen ze weer bij het bureau waren. En zo waren ze, toen Thomas op zijn horloge keek, na driekwartier weer terug op dezelfde plaats waarvan ze overhaast vertrokken waren: DiMatteo’s kantoor. Een irritante reeks piepjes uit Tamar’s blackberry gaf aan dat er een bericht binnenkwam. De inspecteur keek geïrriteerd toe hoe ze de boodschap las. Ze trok een gezicht en liet Thomas het bericht lezen.
"Go6dness, are ynu alrigtg?what dods the police saz?"
Thomas grijnsde. ‘Hij moet nodig leren hoe hij zo’n ding gebruikt.’
De inspecteur schraapte ongeduldig zijn keel. ‘Van wie is dat bericht?’
‘Een Engelse vriend van ons,’ antwoordde Tamar voor hen beiden, ‘hoogleraar in Oxford. Het heeft niets hiermee te maken.’
DiMatteo scheen het te accepteren. Hij leek met de hele situatie in zijn maag te zitten. Blijkbaar had hij geen idee hoe hij nu verder moest met deze lastige Hollanders.
‘Hoe laat vertrekt uw vliegtuig?’ vroeg hij beleefd.
‘Kwart over vijf vanaf Fiumicino.’
DiMatteo knikte. ‘Oké. Ik laat u gaan. U krijgt wel begeleiding van twee van mijn agenten. Zij brengen u naar uw hotel, u checkt uit en zij brengen u naar het vliegveld. Tenslotte willen we geen risico lopen dat u nogmaals wat overkomt.’
maandag 26 november 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten