Om tien over één keek inspecteur DiMatteo voor de zoveelste keer verveeld op zijn horloge. Opnieuw kwam er een licht verwijtende blik in hun richting. Thomas en Tamar waren in het middenschip in een kerkbank gaan zitten, met uitzicht op de ingang. Inspecteur DiMatteo liep wat heen en weer, terwijl hij deed alsof hij het prachtige plafond bestudeerde. Vlakbij hen hield een andere agent in burger met een foldertje in zijn hand de ingang in de gaten.
'Denk je dat ze nog komt?' fluisterde Tamar tegen Thomas. Hij haalde zijn schouders op. 'Geen idee. Onze politievrienden denken van niet, in elk geval.' 'Waar zou ze heen zijn gegaan?' Ook hier moest hij het antwoord schuldig blijven.
'Ik bedoel,' ging Tamar verder. 'ze heeft blijkbaar haar kleren meegenomen, maar haar auto laten staan.' 'Ze zal het juweel ook wel hebben meegenomen,' voegde Thomas er somber aan toe. 'Mits ze die thuis had liggen.' 'Weet je, ik snap er nog steeds niks van. Als die Paolo en zijn vrienden wisten bij welke garage Hannah haar auto had staan, dan hadden ze toch ook wel achter haar adres kunnen komen? Waarom moesten ze ons dan hebben?' 'Ik weet het niet,' gromde hij terug. 'Dat zit al de hele tijd in mijn hoofd. En ik kom er maar niet achter waarom wij een doelwit zouden zijn.' DiMatteo beende met grote passen naar hen toe. 'Uw zus is niet verschenen,' zei hij tegen Tamar. 'Denkt u dat het zin heeft nog langer te wachten.' Uit de intonatie van de inspecteur bleek dat hij het niet als een vraag beschouwde. 'Tien minuten?' vroeg Thomas. Hij hoopte vurig dat Hannah alsnog op zou duiken. De situatie begon uit de hand te lopen. Zijn zoektocht naar Hannah was geen academische vingeroefening, geen half gemeend spel. Het was gevaarlijk.
donderdag 22 november 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten