woensdag 21 november 2007

CXXXVII

De verbazing was van de gezichten van Tamar en Thomas af te lezen. DiMatteo leek inwendig te grinniken. ‘Jullie hebben Hannah dus niet gevonden?’ vroeg Tamar. ‘Nope’ zei die Matteo terwijl hij weer aan zijn bureau ging zitten. ‘Ik moet mijn werk bellen’ mompelde Tamar in de richting van Thomas. Ze wilde opstaan en de deur uitlopen maar DiMatteo stond abrupt op van zijn stoel en vroeg wat ze ging doen. “I have to call to London, to my boss. He expects me at work again tomorrow’. ‘It can wait’ zei DiMatteo resoluut terwijl hij naar Tamar’s stoel wees. Ze schuifelde weer terug naar haar plek. Thomas zat in gedachten verzonken naast haar en bestudeerde de linoleumvloer. ‘Ze is in de San Giovanni’ mompelde hij. ‘Ja!’ Tamar veerde op ‘Ze is in de San Giovanni!’ zei ze, nu tegen DiMatteo. Tamar legde het hele verhaal van het kaartje bij de bestuurderstoel van de auto uit. Vertelde dat ze niet wilden overvallen. Dat dit kaartje de beste oplossing leek. Dat San Giovanni een mooie plek leek om af te spreken. DiMatteo leek tegelijkertijd geïnteresseerd en wantrouwig. ‘Dus als het goed is, is ze over..’ hij keek op zijn horloge ‘…een kwartier bij de San Giovanni?’ Tamar knikte enthousiast met haar hoofd. ‘Als ze tenminste wil komen. Maar na het hele gebeuren met dat busje verwacht ik haar daar echt wel. Ze heeft ons ongetwijfeld gezien’. DiMatteo leek na te denken. Toen wenkte hij de agent die achter de glazen deur leek te wachten. DiMatteo gaf wat bevelen in rap Italiaans en de agent spoedde weg. ‘Oké. We gaan. Maar als we terug zijn, zijn wij nog niet uitgepraat’. Hij gebaarde naar Thomas en Tamar dat ze op moesten staan en achter hem aan moesten lopen.

Geen opmerkingen: