maandag 19 november 2007
CXXXV
Tamar keek Thomas aan en Thomas keek Tamar aan. Een aangezien niemand na anderhalve minuut iets zei nam Tamar het woord. Ze haalde diep adem en begon ‘ik heb een zus. Hannah. Ze is een paar jaar ouder. En nogal eigenwijs. Althans. Nee. Ze gaat nogal haar eigen gang.’. Tamar sprak het allemaal nogal staccato uit. Ze keek Thomas niet aan. ‘Ze. Uh. Is een paar jaar geleden verdwenen. Nouja. Ze woonde in Nederland. En was ineens weg. Ze had.. uh.. ‘was engaged to’ Thomas’. Tamar bewoog met haar armen in de richting van Thomas. ‘maar op een dag was ze verdwenen en liet jaren niets van zich horen. Tot een paar weken geleden. Thomas en ik kwamen erachter dat ze in Rome zat. We wilden haar spreken. Maar wisten niet precies waar ze was. Toen ontdekten we…’ Hoe zeg je ‘via via’ in het engels, vroeg Tamar zich af. ‘Uhh trough several acquaintances.. we knew Hannah would be at the Piazza della Suburra this morning’. Andrea leek het allemaal met interesse te volgen. Thomas bestudeerde ondertussen de archiefkasten achter Andrea. Tamar wist niet goed wat te doen. Thomas leek haar aan haar lot over te laten en haar nergens te willen aanvullen of onderbreken. Dus ging ze door. ‘We wisten dat ze daar zou zijn. Haar auto was stuk en ze had hem daar laten repareren. We wilden haar ontmoeten en dus waren we daar. Toen we haar uit de metro zagen komen liep ik naar de metro en bleef Thomas staan op de Via Cavour boven de garage. Ineens werden wij beiden, bijna gelijktijdig, overvallen door een stel Italianen. Twee probeerden er mij vast te pakken. Twee anderen probeerden Thomas te overmeesteren. We kwamen beiden los. Ik als eerste. Ik rende naar Thomas toe en vandaar renden we weg.'
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten