Hannah kwam weer te voorschijn en liep richting haar auto. De garagebediende die achter haar liep, was overduidelijk haar heupwiegen aan het bewonderen. Op dat moment ving hij in zijn ooghoeken op, dat iemand Tamar van achteren naderde. Voor haar stond ook iemand. Thomas deed zijn mond open om haar te waarschuwen, maar een grote hand klapte vanuit het niets over zijn gezicht en hij voelde een brede arm zich om zijn nek sluiten. Hij probeerde zich los te worstelen, maar hij werd zo knellend vastgepakt dat hij wist dat het zinloos was. Een grijs minibusje kwam het pleintje op scheuren en de zijdeur schoof open. In de deuropening zat een man gehurkt, met een gretig gezicht, die hem met open armen leek willen te ontvangen. Thomas werd naar voren gesleurd door de man achter hem, die ongevoelig leek voor zijn gespartel en de elleboogschoten die hij probeerde uit te delen. Hij zag ineens hoe de man in het busje zijn ogen opensperde en een waarschuwing brulde. Thomas hoorde het aanzwellende geluid van een razende auto. Hij werd opzij getrokken en toen was hij los. In een flits zag hij Hannah achter het stuur zitten met een wit weggetrokken gezicht. De voorkant van haar Mercedes ramde tegen het busje, tussen het achterwiel en de bumper. Toen verdween ze met hoge snelheid van het plein.
Thomas krabbelde overeind. De man die hem had aangevallen, lag nog enigszins versuft op de grond. Toen hij zijn hoofd optilde, trapte Thomas er keihard tegen aan, als een voetbal, waardoor de man weer in elkaar zakte. De man in het busje was naar achteren geworpen door de aanrijding met Hannah’s Mercedes, maar sprong nu luid vloekend op straat. Hij tilde echter zijn handlanger op en trok hem mee terug het busje in, dat hard wegreed.
donderdag 8 november 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten