woensdag 7 november 2007
CXXVII
Ze draaide razendsnel haar hoofd naar rechts en zag, leunend tegen de gevel van het huis rechts van de metrotrappen een lang magere man staan. Hij had een klein baardje en keek Tamar recht aan. Zijn ogen leken te twinkelen. Tamar keek razendsnel de straat in voor haar en zag Hannah met de man in de overal naar de auto lopen. Ze draaide zich terug naar de man die nog steeds naar haar keek. Hij nam een stap en stond zo nog maar enkele meters bij haar vandaan. Onwillekeurig nam ze een stap naar achter. De man met het baardje bleef haar glimlachend aankijken en nam nog een stap haar richting uit. Toen ze zelf weer een stap nam voelde dat ze tegen iemand aanliep. Eerst leek het een toevallige voorbijganger, maar toen ze vastgepakt werd bij haar elleboog draaide ze zich abrupt om. Ze keek middenin het grijnzende gezicht van een mannetje, even groot als zijzelf. Zijn greep om haar arm verstevigde zich. Ze wist instinctief dat dit niet goed was. Als ze nog weg wilde komen moest ze nu iets doen. Met een wilde armbeweging probeerde ze haar arm los te draaien uit de greep van de kleine man. Tegelijkertijd bewoog ze zich zelf, bijna slepend, weg van de andere man. Onderwijl haar ene arm wild draaiend in de greep van de man en met haar andere arm hard om zich heen slaand, ook voorbijganger rakend. Ze raakte de man een keer hard op zijn neus en zijn greep verslapte. Met een harde draai en een trap tegen zijn knie wist ze zich los te maken. Enigszins verbaasd dat hij losliet keek ze om zich heen. Er had zich een zwijgend groepje mensen verzameld dat geïnteresseerd toekeek. Ze baande zich hardhandig een weg langs de mensen en zette het op een rennen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten