vrijdag 9 november 2007

CXXIX

Zo hard ze kon rende ze op haar rubberen slippers langs het zwijgende kringetje toeschouwers en langs het ontbijtrestaurantje.Wat ze daarna zag was niet goed. Ze zag een busje en een man die aan Thomas stond te trekken. Ze zag Hannah met haar auto botsen. Ze zag dat Thomas zich los wist te rukken en tegen het hoofd van een van de mannen aanschopte. Dat was onaardig. Die man zag er al niet goed uit en nu schopte Thomas ook nog tegen zijn hoofd. Maar voordat ze dat allemaal gedacht had was de man met het door Thomas geschopte hoofd al in het busje gesleept en was het busje weggereden.
Buiten adem kwam Tamar bij Thomas aan, die voorovergebogen stond met zijn handen op zijn knieƫn. Verschillende groepjes mensen bleven naar hen staan kijken. Twee toeristen in felgekleurde t-shirts stonden opgewonden pratend naar hen. te wijzen.
‘Wie waren dat?’ vroeg ze buiten adem.
‘Paolo,’ antwoordde hij. ‘Het was Paolo. Hij zat in dat busje. Ik herkende zijn stem.’
‘Wie?’
‘Die kennis van Wijnand, die ons getipt heeft over de garage. Dit waren zeker zijn vrienden.’
‘Maar waarom zaten ze achter ons aan?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Geen idee.’
Een wit met zwarte Fiat van de Polizia Municipale stopte op het plein en twee agenten werden door een behulpzame omstander opgevangen en in hun richting verwezen.
‘Kom mee’ riep hij terwijl hij haar arm pakte. Ze renden samen zo hard als ze konden de Via Cavour uit richting het centrum, langs winkelende mensen, langs een rij bij de pinautomaat, langs kleine groentewinkeltjes, totdat Thomas rechts een straat insloegEen smalle steeg leidde steil naar boven. Tamar kon bijna niet meer, maar Thomas bleef haar opzwepen door te lopen. Ze bleven rennen tot Thomas een kerk binnen liep.

Geen opmerkingen: