maandag 5 november 2007

CXXV

Gebiologeerd stonden ze beiden naar Hannah te staren. Thomas stond achter Tamar tegen de gevel aangedrukt en zo hadden ze een uitstekend uitzicht op Hannah. Ze was dunner dan vroeger. Ze was bruin, maar niet te bruin. Het was een gezonde kleur bruin van iemand die regelmatig in de zon loopt, maar er nooit echt voor gaat liggen.
Ze had blond glanzend haar dat los tot op haar schouders viel en hen en weer wiegde met elke stap die ze nam. Ze droeg een strakke gebleekte spijkerbroek met daaronder bruine sandalen met hoge brede hakken. Een felgekleurd met bloemetjes bedekt wijd bloesje maakte haar een soort flowerpower verschijning. De bloes was ongetwijfeld van duur satijn en Tamar herkende hem niet als onderdeel van de zomercollectie van de Hennes, Esprit, Mexx of enig ander confectiemerk. Ze droeg verder een groot glimmend zilverkleurig horloge en een grote bruine leren tas die ze in haar hand hield.
Ze veerde over de kinderkopjes die in het straatje lagen en stond abrupt stil toen ze haar auto zag staan. Ze liep naar de motorkap, knielde en aaide met haar hand de voorkant van de auto. Dit hele ritueel duurde nog geen minuut, toen stond ze op en liep richting de garage. Aangezien de bezoekersingang aan de kant van het straatje zat, en dus uit het zicht van Thomas en Tamar, verdween ze uit hun gezichtveld. Tamar herhaalde razendsnel de manoeuvre die Thomas bij Luigi had uitgehaald. Ze rende langs de open plek boven het pleintje naar het uitzichtpunt boven de metro-ingang. Vanaf dat punt zag Hannah voor de garage met een man in een overal praten. De man was aan het woord en af en toe knikte Hannah. Hoe zeer het tafereel haar ook intrigeerde, opeens had Tamar het gevoel dat er iemand naar haar keek.

Geen opmerkingen: