Tamar en Thomas keken elkaar vol ongeloof aan.
‘Dus toch! We hadden kunnen weten dat die stomme dwerg op zou duiken,’ zei Tamar verbeten. ‘Wie weet hoeveel mensen hier straks op dit plein staan!’
‘Hij heeft in elk geval het briefje niet gezien. Als we zelf niets doen, pakt ze misschien gewoon jouw briefje en zien we haar in de San Giovanni.’
Thomas probeerde zijn stem hoopvol te laten klinken, maar hij voelde zich misselijk worden van binnen. De garage lag niet op de route van Luigi’s huis naar zijn werk, dus hij was hier speciaal naartoe gekomen.
‘Wacht hier,’ zei hij tegen Tamar en liep snel in de richting waarin hij Luigi had zien verdwijnen. Gelukkig voor hem dribbelde de Italiaan meer dan hij liep en algauw had hij hem in het oog. Tot Thomas’ verbazing leek Luigi geen interesse meer te hebben in Mercedessen en garages. Fluitend zwaaide hij met zijn aktetas en sjokte hij steeds verder de straat af. Schouderophalend keerde Thomas zich om en ging terug naar Tamar.
‘En?’
‘Hij loopt gewoon door. Volgens mij is hij nu op weg naar het museum.’
‘Misschien was hij gewoon nieuwsgierig.’
‘Ja,’ antwoordde hij nadenkend. ‘Maar hij wist dat wij hier ook zouden kunnen zijn, maar hij heeft niet één keer rondgekeken. En hij heeft met iemand in de garage gepraat.’
‘Wat nu als hij gevraagd heeft hoe laat Hannah haar auto komt halen!’ zei Tamar ineens opgewonden. ‘Dan weet hij dat het vanmiddag ofzo is en gaat hij nu gewoon naar zijn werk!’
Thomas hoopte dat ze ongelijk had, maar dat zou inderdaad plausibel zijn. Het kon nog wel tot… Hij verstijfde toen een slanke, blonde vrouw vanuit de metro Cavour kwam lopen en in de richting van de garage liep. Hij greep Tamar’s onderarm.
Het was Hannah.
vrijdag 2 november 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten