donderdag 1 november 2007

CXXIII

Nadat de John de Wolf-man en zijn kompanen waren verdwenen, werd het levendiger op het pleintje. De kapperzaak opende zijn rolluiken en ook in de garage leek enige activiteit te ontstaan, een deur ging open en er werden spullen naar buiten gereden. De luiken van een aantal huizen tegenover het pleintje werden open gezet en ondertussen bleef de metro maar mensen uitspuwen die de straat langs het garagepleintje in liepen. Tamar stond voor Thomas tegen de gevel van een huis geleund, op deze manier kon Thomas over haar schouder heen het pleintje en de metro-ingang bestuderen. Om kwart over negen verscheen er een dikkig slonzig gekleed mannetje in de metro-ingang. Hij droeg een versleten aktetas en keek verdwaasd om zich heen. Het was Luigi. Tamar en Thomas zagen het tegelijkertijd. Weinig omslachtig liep Luigi meteen op de grijze Mercedes af. Bleef voor de motorkap staan en keek nietszeggend naar de vooruit. Tamar drukte zich dichter tegen de gevel en zette een stap naar achter, dichter tegen Thomas aan en meer uit het zicht. Luigi keek besluitloos om zich heen en liep toen naar de ingang van de garage. Daarna verdween hij achter de gevel van de garage. Thomas maande Tamar te blijven staan waar ze stond en rende langs de opening in de gevels en langs het restaurantje naar de bovenkant van de trappen van de metro. Vanaf deze plek kon hij de hele straat inkijken die langs de garage leidde en aan het einde de Via Serpenti kruiste. Hij zag Luigi in de opening van de garage staan en met iemand praten die binnen stond. Luigi wipte zenuwachtig heen en weer op zijn voeten, terwijl in zijn linkerhand de leren tas heen en weer schommelde. Na ongeveer drie minuten draaide Luigi zich om en liep dieper de straat in.

Geen opmerkingen: