maandag 22 oktober 2007
CXV
Maar toen Thomas keek was hij uiteraard alweer verdwenen. En de rest van de avond leek hij zich niet meer te laten zien. Ze bestelden eten en speculeerden over de afloop van het weekend. Ze besloten in het hotel Wijnand te bellen en met hem het probleem te bespreken. Nadat ze hun bord pasta op hadden en Thomas in zijn eentje het hele mandje met brood had opgegeten betaalden ze. Ze besloten een ijsje te halen in de naastgelegen ijssalon en daarmee langs de garage te lopen. Die zat hier immers om de hoek en op weg naar de Via Cavour kwamen ze er toch langs. Thomas nam een ijsje met vijf bolletjes en Tamar vroeg zich af hoe hij in hemelsnaam zo mager bleef. Met ieder een bakje ijs in hun hand liepen ze door een smal steegje naar de wat bredere straat waar de garage aan zat. Links en rechts zaten terrasjes waar obers druk heen en weer liepen en mensen luidruchtig zaten te eten. In minder dan vijf minuten stonden ze weer op het pleintje met de dicht op elkaar gezette verzameling auto’s. De Mercedes van Hannah stond nu helemaal links op het pleintje, tegen de gevel van de kapperszaak aan. Zo te zien was hij helemaal gerepareerd. Ze bleven even stil staan en keken van een afstandje naar de auto en de parkeerplaats terwijl ze hun ijsjes opaten. Boven achter hen ging een raam open. Ze hoorden twee mensen, een stel waarschijnlijk, in het Nederlands praten over het uitzicht, de drukte, en wat ze morgen aan toeristische attracties zouden doen. ‘Hee, kijk. Nu staat staat die mini ergens anders’ hoorden ze de jongen zeggen. Thomas pakte Tamar bij haar elleboog en leidde haar langs de metro ingang de trappen op. In plaats van boven rechtsdoor te lopen sloeg hij rechtsaf.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten