vrijdag 19 oktober 2007

CXIV

‘Waar dan? Ik zie hem niet, hoor.’
Thomas keek nog steeds zoekend om zich heen. Tamar beet op haar onderlip, terwijl haar ogen de straat en de bijbehorende steegjes afdwaalden.
‘Net stond ‘ie er nog!’ riep ze uit. ‘Nou ja, zeg.’
Lichtelijk geïrriteerd liet hij zich terug in zijn stoel zakken. ‘Hoe zag hij er dan precies uit?’
‘Een lange vent. Mager, bruin haar. Hij had zo’n kunstzinnig baardje laten staan...’
‘Een sik?’ onderbrak Thomas.
‘Zoiets. Maar dan met meer haar.’
Op zijn zucht voegde ze er haastig aan toe: ‘Ik bedoel dat hij geen snor had.’
‘Oké. Hoe oud was hij dan?’
Tamar haalde haar schouders op. ‘Eind veertig, begin vijftig.’
‘En je weet zeker dat hij naar ons stond te kijken?’
‘Ja, dat zeg ik toch!’
Ze snoof. ‘Echt subtiel was het namelijk niet.’
‘Hmm,’ antwoordde hij nadenkend. ‘Dan was het vast toeval. Als het zo opvalt, zal het wel niemand zijn die iets van ons wil.’
Hij lachte. ‘Misschien vind hij je gewoon mooi, met je blonde haren.’
Even zag hij haar tong tussen haar getuite lippen tevoorschijn flitsen, toen wendde ze haar blik af en zette haar zonnebril weer op. Thomas verzonk weer in gedachten, terwijl hij zachtje de wijn rond liet gaan in zijn glas. Ze hadden alle kanten van de zaak nu wel besproken. Voor zover ze wisten waar het allemaal om ging, voegde hij er cynisch aan toe. Hoeveel mensen zouden er morgen bij die garage staan als Hannah haar uitgedeukte Mercedes op kwam halen? Even zag Hannah voor zich in een zwarte avondjurk, met hele mensenmassa’s om haar heen, inclusief paparazzi en handtekeningenjagers. Hij glimlachte en leegde zijn glas.
‘Zullen we eten bestellen?’
Ineens zag hij dat haar hele lijf strak gespannen was. Tussen haar tanden siste ze: ‘Daar is ie weer!’

Geen opmerkingen: