dinsdag 23 oktober 2007

CXVI

‘Waarom wilde je de garage van bovenaf bekijken?’ vroeg Tamar, toen ze weer in de richting van hotel Afrodite liepen.
‘Ik wilde graag weten wat voor overzicht je hebt als je daar staat. Wie weet hoeveel mensen morgen die garage in de gaten gaan houden. Ik vraag me af hoe we morgen het beste daar naartoe kunnen gaan en de garage in het oog houden, zonder dat we Hannah afschrikken als ze ons ziet. En ik wil anderen graag voorblijven.’
‘Konden we maar binnen in de garage haar opwachten. Niemand zou ons van buiten zien.’
Thomas knikte zonder echt te horen wat ze zei. Hij was zo in gedachten verzonken dat hij verbaasd was toen ze ineens voor het hotel bleken te staan.
‘Misschien zijn we wel gevolgd,’ zei Tamar toen ze in de lift stonden. ‘Grapje!’ voegde ze eraan toe, toen ze de blik in zijn ogen zag. ‘Jeetje, joh. Wat denk je nou? Het is geen misdaadfilm waar we in zitten.’

Terug op de hotelkamer leek het een eeuwigheid geleden dat ze daar voor het laatst waren geweest. Er was zoveel gebeurd in de tussentijd. Ook hun onderlinge relatie was veranderd, al kon Thomas niet precies benoemen wat er anders was. Ze was een aantal keren flink kwaad op hem geweest, was meegesleept naar mensen die ze niet kende en was erachter gekomen dat hij gelogen had en dingen verzwegen, maar ze leek dat allemaal achter zich te hebben gelaten. Ze leek het nu vooral een avontuur te vinden. Hij keek hoe ze het koelkastje opende en de flesjes uit de minibar naploos.
"Klein, maar dapper", bedacht hij met een glimlach. Hij had zich geen betere reisgenoot kunnen wensen. Ze veegde een losse haarlok achter haar oor en keek hem grinnikend aan. ‘Zullen we er nog eentje drinken?’

Geen opmerkingen: