dinsdag 30 oktober 2007

CXXI

Hoeveel uur zouden ze hier moeten staan voordat ze een glimp van Hannah zouden zien? Ze zou ’s ochtends komen. Maar de ochtend duurde vanaf nu nog zeker vijf uur. Zouden ze vijf uur zo blijven staan?
‘En als ik nu eens vanaf 9 uur bij die kapper ga zitten en mijn haar laat permanenten?’
Thomas keek Tamar niet-begrijpend aan.
‘Je haar permanenten? Buiten het feit dat dat sinds de jaren ’80 echt niet meer kan tenzij je de Dolly Dots gaat playbacken, kun je ook niet weglopen als het nodig is omdat je dan vast zit onder een droogkap met een stel krulspelden.’
Daar had ze niet aan gedacht. Thomas had een punt. Ze besloten eerst omstebeurt op het terrasje rechts van de opening in de gevels te ontbijten. Als Tamar strategisch helemaal links op het terras ging zitten (links als ze met haar rug naar de weg stond), kon Thomas haar nog gebaren vanachter de andere gevel als er iets belangwekkends gebeurde. Na een kop koffie en twee zoete broodjes wisselden ze elkaar af en ging Tamar op de uitkijk staan boven de garage. Het was bijna negen uur toen ze samen weer boven het muurtje op wacht stonden. Tamar werd ongeduldig.
‘Kunnen we niet gewoon weggaan en afwachten of ze naar San Giovanni komt?’
Thomas keek haar geërgerd aan. ‘Ik wil zien of ze het kaartje ziet,’ bitste hij, en met zijn armen over elkaar draaide hij zich weer om richting het pleintje bij de garage.
Toen gebeurde er beneden iets. Uit de metro kwamen twee mannen die samen het pleintje afspeurden en toen dicht tegen de muur van de kapperszaak gingen staan. Ze waren beiden mager. Een van hen was iets langer en kalend. De andere man had vet golvend zwart haar en een soort John de Wolf bloes aan met korte mouwen. Netjes gestreken.

Geen opmerkingen: