Ze lieten de taxi stoppen op de hoek van de straat net voorbij de trappen naar de metro-ingang, voor een klein cafeetje. Tamar rommelde in haar tas op zoek naar een kaartje en een pen terwijl Thomas de taxi betaalde. Het was kwart voor 7. De straten waren nog nat van de schoonmaakwagens. De zon kwam nog niet boven de huizen uit. Toen de taxi wegreed, liep Tamar naar de trappen die naar de metro-ingang beneden leidde en gebruikte een laag muurtje om haar kaartje te kunnen schrijven. Ze schreef op de achterkant van haar visitekaartje de boodschap: ‘Ik wil je spreken, zus. San Giovanni in Laterano om 13 uur? De hoofdingang. Liefs, Tamar’.
Terwijl Tamar het kaartje schreef, bestudeerde Thomas de omgeving. Hij kon als hij met zijn rug naar de weg stond over Tamar’s schouders de straat inkijken die beneden langs het pleintje van de parkeergarage leidde. Tamar liet hem het kaartje lezen, hij knikte en zij liep de trappen af naar beneden. Thomas liep langs het cafĂ© waarvoor de taxi gestopt was en langs enkele winkeltjes tot hij door een grote opening tussen de huizen van bovenaf op het terrein van de garage keek. Hij zag Tamar het straatje beneden inlopen en het pleintje afspeuren. De Mercedes stond nog steeds links tegen de gevel van de kapperszaak. Thomas knikte naar haar en ze liep naar de auto toe. Ze schoof haar kaartje, tot de helft ervan nog zichtbaar was, tussen de ruit van de bestuurdersdeur. Ze keek om zich heen en liep weer weg van de auto. Ze liep niet terug de trappen op naar boven maar liep de straat verder in om aan het einde linksaf te slaan naar de Via Cavour. Daar sloeg ze weer linksaf en liep zo naar Thomas toe.
vrijdag 26 oktober 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten