Tamar keek hem niet-begrijpend aan. ‘Hoe kon ze dat meenemen dan? En waarom heeft ze dan gedaan? En waarom heb je geen aangifte gedaan?’
‘Waarom ze het gedaan heeft, weet ik niet precies. En het hoe… ik ben een beetje dom geweest, vrees ik.’
Hij staarde even naar zijn handen, die nu rustig voor hem op tafel lagen. ‘Het juweel werd waarschijnlijk gemaakt ter gelegenheid van het huwelijk van Henry VIII met Anne of Cleves. Maar toen hij haar in het echt gezien had, leek ze niet echt op het schilderij van Holbein en was Henry dermate teleurgesteld dat hij het haar nooit gegeven heeft. Er waren plannen om het weer om te smelten en de edelstenen in andere pronkstukken te zetten, maar uiteindelijk gaf Henry het aan zijn volgende vrouw, Katherine Howard. Er is een schets van haar bewaard gebleven, waarop ze met het juweel afgebeeld staat. Nadat Katherine werd onthoofd, is het via zijn laatste vrouw Katherine Parr bij zijn dochter Mary terecht gekomen.’
Tamar keek niet echt alsof ze onder de indruk was van zijn betoog. ‘Oké,’ zei ze vlak, ‘het is dus heel oud…’
‘En waardevol,’ voegde hij eraan toe.
‘Maar hoe kom jíj eraan?!?’
Ze geloof het niet, dacht hij. Dàt is het dus.
‘Kort samengevat. Na Mary’s dood ging het juweel over in Elizabeth’s handen. Zij heeft het niet vaak gedragen, maar bewaarde het uit sentimentele overwegingen. Zo kwam het bij de Stuarts terecht. Toen koning Charles I in conflict kwam met Oliver Cromwell en zijn Roundheads, gaf de koning het aan een vertrouwde dienaar. Of om het te verbergen om te voorkomen dat het omgesmolten zou worden of het ten gelde te maken voor de oorlogskas.’
Thomas schraapte zijn keel. ‘De dienaar heeft het juweel gehouden. Het is daarna in diens familie gebleven.’
donderdag 4 oktober 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten