Hij wachtte tot Luigi en Bianca de keuken uit waren en vroeg toen pas aan Tamar of ze wilde gaan zitten. Ze bleef uitdagend staan.
‘Toe, alsjeblieft,’ zei hij sussend en maakte een uitnodigend handgebaar naar de voor haar dichtsbijzijnde stoel. Hij zag dat zijn hand licht trilde. Wat een vrienden had hij! Vrienden?!? dacht hij verachtelijk. Wat was hij erin gelopen en wat hadden ze hem belazerd. Colin voorop, die smerige intrigant. Niemand had rechtstreeks zijn muil opengedaan, maar wat hadden ze onderling lopen konkelen! Waren zij soms ook uit op het juweel?
‘Ik ben het echt helemaal zat,’ onderbrak Tamar met een snauw in haar stem. ‘Keer op keer houd je dingen voor me verborgen. Wat is er aan de hand?’
‘Ga alsjeblief zitten en ik leg het uit.’
Met een onwillig gezicht ging ze zitten, de armen gekruist en haar kin geheven.
‘Mijn familie heeft, of liever gezegd had, een waardevolle hanger in hun bezit. Ik noem het zelf altijd het juweel. Het is een rijk bewerkte hanger met edelstenen, die als halssieraad met een ketting gedragen werd. Die ketting is overigens allang verdwenen.’
‘Hoe oud?’ vroeg Tamar met een hese stem.
‘Onderdelen van het juweel zijn middeleeuws. Vooral een paar stenen die erin zitten: robijnen en saffieren. Er zitten ook diamanten en smaragden in, omvat door gouden en zilveren bladeren. Het is een schitterend juweel.’
Thomas zweeg even. Voor zijn geestesoog verscheen het juweel in al zijn glorie, zo duidelijk alsof hij zijn hand maar hoefde uit te strekken om het te grijpen.
‘Hoe komt je familie eraan?’
Thomas zuchtte. ‘Dat… dat is een lang verhaal.’
Tamar ging voorover zitten en leunde met haar ellebogen op de rand van de tafel.
‘Waar is het juweel nu?
‘Hannah heeft het meegenomen. En ik wil het terug.’
dinsdag 2 oktober 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten