woensdag 29 augustus 2007

LXXIV

Hij probeerde zo rustig mogelijk te liggen, plat op zijn rug met zijn armen losjes naast zijn lichaam. Zijn ademhaling kreeg hij enigszins onder controle door zijn oefeningen te doen: neus in, mond uit ; langzaam en diep inademen, kort vasthouden en toen weer loslaten. Ondanks het toepassen van de geleerde methodes, voelde hij zijn aderen pulseren in zijn slapen en zijn nek. Zijn hart stribbelde tegen, wilde onregelmatig blijven bonzen, solidair met de woestheid van zijn gedachten. Het was onmogelijk niet te denken aan deze totaal mislukte middag. Thomas voelde de spanning in zijn kaken.

Tamars houding had weinig te raden overgelaten. Ze was pisnijdig – en hij kon haar geen ongelijk geven. Hij was geschrokken van de intensiteit van zijn gevoelens, de heftigheid waarmee hij pratend en gebarend informatie over Hannah had geprobeerd los te weken. Hij dacht dat die periode achter hem lag, toen hij zo geobsedeerd had geprobeerd haar te vinden. Geobsedeerd. Wat moest Tamar wel niet van hem denken? De afgelopen tijd had hij zijn zoektocht latent en lafjes voortgezet. Het was meer een academisch vraagstuk geworden, een theoretische vingeroefening. Dacht hij. Maar nu hij zo dichtbij was gekomen, weer dichtbij kwam, merkte hij pas hoe gefrustreerd hij was. Feitelijk had hij schrikbarend weinig controle over zichzelf gehad. Hij had gezien hoe zijn gevraag en gezeur, in zijn beste – maar voor zijn gevoel ontoereikende – Italiaans de aanvankelijk niet onwelwillende oud-collega’s steeds meer afschrok, maar hij kon het niet stoppen. Op dat moment mòest hij het weten, terwijl hij voelde dat hij steeds irrationeler en vervelender werd. Het ergste was nog de groeiende irritatie die hij bij Tamar merkte, al hield ze eerst nog haar mond. Ze kregen midden op straat ruzie en hij wist dat het helemaal zijn schuld was. Hij had het bij haar verprutst.

Geen opmerkingen: