vrijdag 3 augustus 2007

LXVIII

‘Zijn er kerken in Rome die nìet mooi zijn?’ Hij zag even zijn vader voor zich, die een gidsje in zijn hand allerlei details aanwees op standbeelden, plafondschilderingen, ramen of andere prachtig bewerkte voorwerpen. Hij knipperde met zijn ogen en het beeld was verdwenen. Waar had hij toch last van?
‘Zullen we naar binnen gaan?’ vroeg ze.
‘Ik dacht dat jij zo’n honger had?’
‘Ja, maar ik wil ook wel wat van de stad zien. Het is toch een heel belangrijke kerk?’
Dat kon hij alleen maar beamen. Ze passeerden wat bedelaars op de trappen en liepen naar binnen.
‘Ik vond hem echt supermooi!’ zei Tamar onder het eten.
‘Dat heb je volgens mij al een paar keer gezegd,’ antwoorde hij geamuseerd. Ze zaten bij een klein restaurantje in een achterafstraatje. Het was er vrij rustig. De meeste Italianen zouden pas later komen en het voor de meeste toeristen lag het niet echt op de route.
‘Zo, daar zitten we dan,’ zei Tamar schaapachtig lachend. ‘Dat had ik nooit kunnen denken. Ik was toch altijd het kleine zusje voor je.’
Gaan we op dìe toer? dacht Thomas bij zichzelf.
‘Dat valt ook wel mee. Al was je wel een vervelende puber.’
‘Nou zeg!’ riep ze met gespeelde verontwaardiging. ‘Je hebt nog wel mijn eerste galajurk voor me gekocht. Ik moest daar laatst nog aan denken.’
‘Ja, dat weet ik nog.’
‘Je hoopte natuurlijk dat Hannah je daardoor nog leuker zou gaan vinden.’
Hij protesteerde heftig, maar haar ironische blik zei voldoende.
‘Ik vond het wel lief van je,’ zei ze grinnikend. ‘Vooral toen mijn ouders hem ook wilden betalen. Dus had ik een mooi extra zakcentje.’
Hij schoot in de lach. ‘En bedankt.’
‘Jij bedankt,’ zei ze, terwijl ze naar voren reikte en haar hand even op de zijne legde.

Geen opmerkingen: