maandag 6 augustus 2007

LXIX

Thomas liep in ganzenpas, bijna marcherend, voor haar uit over kasseitjes. Ze probeerde hem bij te houden op haar rubberen slippers, maar moest af en toe een pas bijhuppelen om niet te ver achter te raken. Ze hadden net samen gegeten en Thomas was vastbesloten vanavond nog de garage te vinden waar de auto van Hannah stond. Een Mercedes CLK, dat was toch een veel te grote auto om in Rome mee rond te rijden? En al helemaal als je zo’n slechte chauffeur was als Hannah. ‘Hee, wacht eens even op mij!’ riep Tamar naar Thomas die nu wel heel ver vooruit liep. Verstoord draaide Thomas zich om en bleef op haar wachten. Ze liepen door een vrij smalle straat met links en rechts hoge, overhellende huizen waar op de begane grond winkeltjes en kleine restaurantjes waren gevestigd. Er zat een ijszaak, een pizzeria en een winkeltje met olijfolie. Voor zich zag ze een metro-ingang. ‘Cavour’ stond er in grote letters boven. ‘We zijn er bijna,’ zei Thomas. Ze liepen nog zo’n 50 meter verder en toen stond Thomas stil. Links van hen was een klein pleintje met links en rechts huizen met aan de achterzijde een hoge stenen muur. Boven de muur liep een weg, de Via Cavour. Het pleintje was helemaal volgestouwd met auto’s. Alles stond tegen elkaar aan, er was geen ruimte om een auto weg te rijden. Ergens in het midden stond een zilverkleurige Mercedes. Hoe die ooit door het steegje op de parkeerplaats had kunnen komen zonder terrasstoeltjes en kledingrekken mee te slepen was Tamar een raadsel. Thomas probeerde een weg naar de Mercedes te vinden. Tamar stond een beetje onhandig toe te kijken. Ze vroeg zich af waarom hij zo graag naar die auto toe wilde. Dacht ie misschien dat Hannah er in zat?

Geen opmerkingen: