dinsdag 7 augustus 2007

LXX

Thomas wurmde zich tussen de geparkeerde auto’s door. De meeste voertuigen stonden bumper aan bumper. Om bij de CLK te komen, wrong hij zich langs de achterzijde van een donkerblauw Mercedes-busje en zocht daarbij steun op de motorkap van een rode Mini Cooper met de Britse vlag op het dak. Toen stond hij voor de auto van Hannah. Er was nauwelijks schade te zien. Er was zo te zien een nieuwe voorbumper gemonteerd. Eén van de koplampen ontbrak en toen hij zich vooroverboog, was er wat lichte lakschade door kleine krasjes te zien aan de linkerzijde van de auto. Ineens werd hij ruw bij zijn bovenarm gepakt. Een boze Italiaan in een blauwe overall begon hem op luide en agressieve toon vragen te stellen. De man, blijkbaar een monteur van de garage, praatte te snel om alles te kunnen verstaan, maar Thomas had wel een idee wat er tegen hem geschreeuwd werd. Hij rukte zich los en stak verontschuldigend zijn beide handen in de lucht. Vanaf deze kant zag hij ineens een smal pad tussen verschillende andere auto’s en hij maakte zich uit de voeten, om verdere confrontaties en lastige vragen te voorkomen. De monteur begon nu een stroom vervloekingen uit te slaan. Op dat moment kwam een keurig geklede man van een jaar of vijfenveertig in een zomers licht pak uit de garagepoort lopen. Hij blafte een kort bevel en de monteur slikte de rest van zijn beledigingen in. Met samengeknepen ogen tuurde hij in Thomas’ richting, die met een kleine omweg weer bij Tamar belandde. Zonder iets te zeggen, pakte hij haar hand en trok haar met zich mee. Toen hij achterom keek, zag hij de man daar nog altijd staan, met de armen over elkaar geslagen onder een koude, starende blik.
‘Dat was niet zo handig, Thomas.’

Geen opmerkingen: