‘Was het Hannah?’ Opnieuw Brian.
‘Tja,’ antwoordde Wijnand. ‘Het was een blonde vrouw van begin dertig…’
‘Natuurlijk was het Hannah!’
Thomas’ stem klonk schor toen hij eindelijk woorden had gevonden. ‘Wie anders? Zij heeft mijn juweel meegenomen. Zij is degene die het nu aanbiedt. Waar is ze? Is ze nog in Rome?’
Wijnand haalde zijn schouders op. ‘Geen idee. De juwelier heeft mijn vriend gebeld terwijl ze nog in de winkel stond en hij heeft haar vervolgens gevraagd of ze later terug wilde komen. Dat heeft ze vooralsnog niet gedaan.’
‘Hoe komt ze in Rome?’ viel Thomas geagiteerd uit. ‘Wat moet ze daar? Waarom probeert ze nu het juweel te verkopen?’
Brian maakte een sussend handgebaar. ‘Rustig maar. We komen er wel achter.’
Met een zucht leunde Thomas voorover op de tafel. Wat moest hij nu van dit alles denken? Drie jaar lang had hij haar gezocht. Haar ouders lastiggevallen, die ook niet wisten waar ze was. De medelijdende blikken van haar vriendinnen, die dachten dat hij haar alleen maar als vriendin terug wilde. Tamar, die zelf ook geen idee had waar haar zus uit hing. Hij snoof laatdunkend om zijn eigen stommiteiten. Zoeken in Amsterdam, zoeken in Barcelona. Proberen haar te vinden via internet. Opnieuw haar vriendinnen benaderen, die hem allengs meer als een freak gingen beschouwen. Proberen uit te vinden of het juweel ergens te koop werd aangeboden. Zijn grootste angst was dat het juweel niet meer intact zou zijn, dat de edelstenen eraf zou worden gesloopt en afzonderlijk verkocht. Diamantjes, robijnen, parels stuk voor stuk verpatst. Het goud omgesmolten. Dat waren zijn angstdromen. En toen hij de hoop bijna had opgegeven, Tamar volgen naar Londen, op goed geluk, zonder zelfs te weten waar Tamar heen ging, laat staan of ze daar Hannah zou ontmoeten. Gekkenwerk. Absoluut gekkenwerk.
vrijdag 6 juli 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten