Wijnand keek hen schuchter aan, alsof hij zich versproken had en er het liefst het zwijgen toe zou doen.
‘Kom op,’ riep Brian ter aansporing. ‘Vertel!’
De ogen van de gezette antiekhandelaar vlogen een moment in Thomas’ richting, die ineens een knoop in zijn maag kreeg. In een flits voorvoelde hij wat Wijnand wilde gaan zeggen. Hij wilde ook iets zeggen, maar zijn mond was te droog om te reageren. Toen ging Wijnand verder en was het moment voorbij.
‘Zoals jullie weten heb ik drie jaar geleden de vraag uitgezet bij een aantal vrienden van me, of ze me wilden waarschuwen als de hanger van Thomas onderhands te koop zou worden aangeboden. Nu werd ik gebeld.’
Brian floot tussen zijn tanden en leunde bedachtzaam achterover. Thomas bleef onbeweeglijk zitten. Zou het waar zijn dat…?
‘Volgens mijn vriend, wiens naam ik niet zal noemen, werd hij benaderd door een collega. Vorige week is er in de zaak van die collega, die een klein juwelierszaakje in het centrum van de stad heeft, een blonde dame binnengestapt met een foto van een ketting met hanger. De ketting was een nieuw, goedkoop gouden prul, maar de hanger…’
Wijnand hief beide zijn handen op in een dramatisch gebaar en zuchtte diep. ‘De hanger, beste vrienden, was een juweel waarvan zelfs die collega – een derderangs figuur die meer verdient met heling dan met het verkopen van fatsoenlijke waar – onmiddelijk zag dat het oud en erg waardevol was.’
‘Een foto dus?’ Dat was Brian.
‘Inderdaad. Blijkbaar dacht ze slim te zijn door er alleen een foto van te maken. Maar het was natuurlijk een erg domme actie. Ze heeft geluk gehad dat die juwelier, de derde die ze bezocht, meteen mijn vriend gebeld heeft. Mijn vriend heeft een aantal mensen moeten overtuigen geen verdere actie te ondernemen.’
donderdag 5 juli 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten