Gearmd liepen ze met zijn drieën door Oxford Street. ‘Show me Londen, Show me Londen’, zong Pat continue zachtjes voor zich uit. Ze waren op weg naar de metro. Het eerste wat ze zouden doen was uitstappen bij de Big Ben. Niets was volgens Tamar ‘more Londen’ dan daar uit de metro omhoog lopen en meteen oog in oog staan met de Big Ben.
Het was heerlijk weer. Het was 18 graden en het had net geregend. Een zonnetje begon voorzichtig te schijnen. Na de Big Ben zou Tamar hen Westminster Abbey laten zien, daarna zouden ze het nieuwe Churchill museum en de Cabinet War Rooms bezoeken en via The Horse Guards zouden ze naar Trafalgar lopen om daar een pub in te duiken. Hopelijk waren daar de wegversperringen vanwege de tweede (of eigenlijke de eerste) bomauto nu ook weggehaald. Na de weken van relatieve saaiheid die Tamar had moeten doormaken was ze nu bijna extatisch. Geen onbekenden tegen wie ze de hele dag beleefd moest doen, gewoon haar vrienden tegen wie ze alles kon zeggen.
Rond drie uur vonden ze in een zijstraat bij Trafalgar, bij Chandos Place een pub genaamd The Harp. Het was een pijpenla gevuld met rook met achter de bar een dame van zeker vijftig die zich veel te uitdagend kleedde. Na alle indrukken en al het geklets en gelach, middenin Westminster Abbey hadden ze zelfs de slappe lach gekregen, waren ze uitgehongerd. Ze bestelden drie pints met bier een stapel broodjes met worst, het enige dat je er aan eten kon krijgen, en gingen met zn drieën in een zitje zitten. Ze proosten op Londen en op Tamar en op de toekomst. En natuurlijk kwam binnen no-time het gesprek op de liefde. Na het liefdesleven van Pat kwam het gesprek al snel op Tamar.
woensdag 4 juli 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten