woensdag 25 juli 2007

LXI

De vraag had Tamar verbaasd, maar haar eigen antwoord nog meer. ‘Ja’ had ze gezegd. Thomas zou haar donderdag bellen en als hij meer wist zouden ze naar Rome gaan. Als ze Pat nu zou bellen, zou hij door het lint gaan. Ze belde hem niet. In plaats daarvan besteedde ze de hele avond aan het bakken van een nogal bewerkelijke butterschotchtaart bestaande uit twee lagen cake met daartussen monchou. Er bovenop kwam ook een laag monchou, het geheel werd afgewerkt met een plakkerige laag gesmolten suiker en tuttige bloemetjes van suikerwerk.
Ze ging vroeg slapen en nam de volgende ochtend de taart mee naar het werk in de ronde tupperware doos die ze van haar moeder had gekregen. Niet dat ze iets te vieren had, maar iemand moest de taart toch opeten. Als ze het zelf zou doen elke keer als ze een taart uitprobeerde kon ze haar figuur wel vergeten.
Op kantoor vloog woensdag voorbij en voor ze het wist was het alweer donderdag. Ze werd donderdagochtend wakker met een raar soort knoop in haar maag. Vandaag zou er iets spannends gebeuren, ze voelde zich net een klein kind. De hele dag op haar werk keek ze verwachtingsvol op als de telefoon ging, maar nooit was het Thomas. Toen de werkdag erop zat, was ze enigszins teleurgesteld dat ze nog steeds niet gebeld was. Aan de andere kant, bedacht ze, nam de kans dat hij vanavond zou bellen nu alleen maar toe. Ze haastte zich met de metro naar huis, hier onder de grond had ze geen bereik, dus ze moest zo snel mogelijk bovengronds zien te komen. In haar haast struikelde ze op de trap naar de uitgang en stootte met haar scheenbeen hard tegen de metalen traptrede aan. Ze vloekte terwijl zichzelf ophees aan de trapleuning.

Geen opmerkingen: