vrijdag 20 juli 2007

LVIII

Zelfs toen hij onder de douche stond, hoorde hij Hannah nog omfloerst zingen over de onbetrouwbaarheid van mannen. Hij was erbij geweest die avond en had haar mooier gevonden dan ooit, zoals ze daar op het podium had gestaan in een groen met zwart jurkje en haar bruine laarzen. Thomas glimlachte bij de herinnering. Hij pakte zijn shampoo en begon zijn haar te wassen. Intussen kwamen Colin’s woorden weer naar boven. Wilde hij echt de directe confrontatie met Hannah aan? Toegegeven, hij had haar gezocht, alles op alles gezet om haar te vinden. Bij haar verontruste ouders langsgegaan, haar zus en vriendinnen plat gebeld, haar collega’s lastig gevallen. Alles had hij ingecasseerd. De medelijdende blikken, hun onzekere lachjes omdat hij ze in verlegenheid had gebracht, hun ergernis en – later – hun woede. Was hij te…
Thomas stak zijn hoofd buiten de douchecabine. Shit! Het was zijn ringtone die hij hoorde. Zijn mobiel lag in de woonkamer. Moest hij opnemen? Als het Wijnand, Brian of Colin was, spraken ze wel zijn voicemail in. Als het maar niet zijn vader was. Of nog erger: zijn moeder, met weer een verhaal over welke tuinplant ze nu weer gekocht had. ‘Laat maar gaan,’ dacht hij. Zodra het signaal was afgelopen, werd er opnieuw gebeld. Zuchtend draaide hij de kraan uit en sloeg hij snel een handdoek om zijn middel. In de display zag hij verrast dat het Tamar was.
‘Thomas Brevers,’ sprak hij zo neutraal mogelijk, terwijl hij een natte lok uit zijn rechteroog veegde.
Ondanks haar opgewonden toon, had hij al snel de feiten op een rij gezet. Zijn hart bonsde. Kon het toeval zijn dat Hannah in één week het juweel probeerde te verkopen èn haar zus belde?
‘Ik weet alleen niet waar in Italië ze zit,’ zei Tamar.
‘Ik wel. In Rome.’

Geen opmerkingen: