maandag 23 juli 2007

LIX

Rome? Hoe wist Thomas dat Hannah in Rome zat.
‘Laten we het er maar op houden dat ik het gewoon weet’, zei Thomas.
‘Okeeee’, sprak Tamar, verbaasd en enigszins gepikeerd. Gepikeerd omdat Thomas al een spoor had en omdat hij zelfs een beter spoor had.
‘Ga je naar haar toe?’ vroeg Tamar.
‘Mwoah, weet niet’, zei Thomas. ‘Waarom bel je míj eigenlijk? Verwacht je dat ik er iets mee ga doen, met deze informatie?’
Eerlijk gezegd dacht Tamar van wel. Thomas was geobsedeerd genoeg om meteen in een vliegtuig naar Rome te springen en op elke deur in Rome te kloppen.
In plaats van antwoord te geven op de vraag vroeg Tamar ‘Weet je wáár ze precies is in Rome? Heb je een adres? Een aanwijzing?’
‘Ik heb aanwijzingen ja, maar weet het niet precies. Anders had ik daar natuurlijk allang gezeten.’
‘Wil je haar terug?’ vroeg Tamar, waarbij ze zich verbaasde over haar eigen directheid.
‘Nee.’ Het bleef even stil. ‘Maar ik wil haar wel spreken. Denk ik.’
Nog tien minuten spraken ze over waar Hannah kon zijn, waarom ze in Rome was. Het gesprek liep verrassend vlot. Eigenlijk had Tamar nooit zoveel gepraat met Thomas, nooit zo dat het echt ergens over ging. Over iets reeëls, iets in het hier en nu. Natuurlijk hadden ze bij Hannah thuis altijd veel over geschiedenis en kunst gesproken, maar dat waren andersoortige gesprekken geweest, Thomas was dan altijd een beetje pedant. Had zich overduidelijk gewenteld in de rol van leraar. Toch raar, Colin was daar, hoewel ouder en geleerder, altijd heel anders in geweest.
‘Als ik meer weet, ga je dan met me mee naar Rome?’
De vraag kwam volkomen onverwachts ‘Alsof jij iets te doen hebt daar in Londen als je niet hoeft te werken’ voegde Thomas er aan toe.

Geen opmerkingen: