donderdag 12 juli 2007

LII

Na het weekend voelde Thomas zich goed genoeg om Colin terug te bellen. Eerst kreeg hij een chagrijnige Tania aan de lijn, die hem probeerde af te poeieren. Op de achtergrond hoorde hij Colin vragen met wie ze verbonden was, wat tot een discussie leidde die Thomas maar half meekreeg. Even later kwam Colin zelf al grinnikend aan de telefoon.
‘Ze heeft me gekrabd, kun je je dat voorstellen?’
Thomas was niet de stemming en legde kort uit wat Wijnand hem verteld had. Voor een moment liet Colin zijn Britse gereserveerdheid vallen en uitte hij een forse krachtterm, die uitdrukking leek te geven aan zijn verbazing.
‘En nu? Wil je nu naar Rome?’
‘Ik weet het niet. Het is zoeken naar een speld in een hooiberg.’
Dat ontlokte Colin een bulderende lach. ‘Dat heeft je met Tamar ook niet tegengehouden. Misschien moet je in Rome maar flink wat zwembaden op je zoeklijstje zetten.’
‘Bedankt,’ antwoordde Thomas zuur.

Even was het stil, alsof Colin naar woorden zocht.
‘Wil je Hannah nu wel vinden?’ vroeg hij weer ernstig.
‘Hoezo?’
Thomas was direct op zijn hoede. Wat bedoelde Colin? Zijn vriend liet een klein kuchje horen, een discrete manier om een gevoelig onderwerp aan te snijden.
‘Drie jaar geleden zou je naar de hel gegaan zijn als je dacht Hannah daar aan te treffen. Maar die tijd heb je inmiddels wel gehad. Tamar volgen was eigenlijk makkelijk. De kans dat ze Hannah daar zou ontmoeten, was nihil. Ondanks je ogenschijnlijke impulsiviteit, was het een relatief veilige keuze.’
Thomas wilde protesteren, maar Colin gaf hem geen kans om iets ter berde te brengen.‘Ik denk dat je bang bent om Hannah echt te ontmoeten. Zoals ik je in ons laatste gesprek ook al zei, ben je volgens mij meer geïnteresseerd in het juweel.’

Geen opmerkingen: