Het duurde even voordat Thomas zijn voordeur open kreeg. Dat laatste biertje had hij echt niet meer moeten nemen.Wijnand en Brian hadden al jaren een slechte invloed op hem. Hij gooide zijn sleutels in het bakje in de gang en liep, terwijl hij zachte boertjes liet, zijn woonkamer binnen. Hij schopte zijn schoenen uit en liet zich op de bank zakken. Zijn lichaam wilde dat hij nu onderuit gleed en zijn ogen dicht deed om in een zalige roes weg te zakken, maar een stemmetje fluisterde hem in dat zijn bed ook echt heerlijk zacht zou liggen. Thomas tastte naar de telefoon, die in de houder naast de bank stond.
Zijn voicemail bevatte maar liefst vier berichten. Uit zijn binnenzak diepte hij een oud bioscoopkaartje op en hij graaide naar een pen. Als hij zijn berichten niet opschreef, wist hij morgen niet meer wie er gebeld had. De eerste voicemail boodschap was van Colin. “Vraagt hoe het gaat”, schreef hij pietepeuterig op. Na de vrouwenstem die het tweede bericht aankondigde, volgde alleen een korte ruis, waarna de verbinding werd verbroken. Het derde bericht was van zijn vader. Thomas kreunde. Dat kon zeker wel wachten. De enige reden voor zijn vader om te bellen was om over zijn moeder te klagen. Daar had hij zeker geen zin in om naar te luisteren. Het vierde bericht was van Katja, een vriendinnetje, die vroeg of hij meeging de stad in. Jammer dat hij haar ook niet was tegengekomen.
Onder zijn aantekeningen schreef hij: tickets Rome. Hij moest morgen echt even op internet kijken wat de prijzen waren. De komende weken had hij geen verplichtingen op de universiteit. Moest hij deze dwaze zoektocht blijven voortzetten? Het gesprek met zijn vrienden had geen concrete oplossingen opgeleverd. Ook het bier had hem geen nieuwe inzichten gebracht.
dinsdag 10 juli 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten