donderdag 21 juni 2007

XXXVI

‘Ben er weer.’
Colin keek op en zag Thomas in de deuropening van zijn werkkamer staan. Hij glimlachte. ‘Ik hoorde de garagedeur al. Hoe ging het?’
‘Goed.’
‘Niet te kritisch publiek?’
Thomas trok een gezicht. ‘Mwoah. Drinken?’
Colin tilde zijn scotch op. De ijsblokjes rinkelden tegen het glas. ‘Ben al voorzien. Help jezelf,’ vervolgde hij met een hoofdknik naar het drankkabinet. Terwijl Thomas inschonk, vroeg hij zonder zich om te draaien wat Colin aan het doen was.
‘Ik beoordeel het broddelwerk van sommige van mijn studenten.’
Thomas gooide zich in een stoel tegenover Colin’s bureau en nam kleine slokjes van zijn whiskey. ‘Zo erg?’
‘Laat ik zeggen dat sommige ouders hun geld beter hadden kunnen besteden.’
Met driftige handgebaren bladerde hij door de stapels essays op zijn vloeiblad. ‘Dit ontstijgt amper het niveau van een eerstejaars. Alsof ze door al mijn colleges westerse architectuur hebben heengeslapen.’
Vol walging schoof hij de papieren in elkaar. ‘Ik ga morgen wel verder. Anders word ik echt chagrijnig.’
Thomas wachtte even tot Colin achterover gezakt was in zijn stoel en nog een slok had genomen. ‘Ik ga overmorgen weer terug naar Nederland.’
Colin knikte. ‘Dat dacht ik al.’ Hij leek even te aarzelen. ‘Wil je het nu over Tamar hebben?’
Thomas keek verrast op, waarna er een grijns op zijn gezicht gleed. ‘Wat ben jij ineens direct. Weet je zeker dat je wel Brits bent?’
Zijn vriend wuifde die opmerking weg. ‘Serieus, Thomas. We moeten er een keer over praten.’
Zonder te wachten op een reactie, ging hij verder. ‘Ik begreep van haar dat jullie op dezelfde ochtend zijn aangekomen. Gezien jouw telefoontje de avond daarvoor, heb ik de indruk dat jouw vroege komst iets te maken heeft met haar reisplannen. Heb ik gelijk?’
‘Dat zou kunnen kloppen.’
‘Nog steeds op zoek naar Hannah?’

Geen opmerkingen: