maandag 18 juni 2007

XXXIII

Ze had net een snelle douche genomen en een bakje yoghurt gegeten toen haar ouders hadden aangebeld. Ze waren de hele ochtend in de weer geweest met het naar beneden dragen van dozen en meubels. In Londen zou ze niet veel spullen nodig hebben. Ze nam wat kleren en boeken mee, de rest zou worden opgeslagen in de schuur van een bevriende boer van haar ouders. Ook haar autootje zouden haar ouders meenemen. Aan het einde van de middag zou haar moeder achter het busje van haar vader aan naar zeeland rijden.
Toen rond 1 uur alles in het busje stond, aten ze in de buurt bij een klein brasserietje een broodje. Ze praatten wat over Londen en spraken af dat haar ouders snel langs zouden komen. De eerste maanden zou Tamar in een klein appartement van het kantoor kunnen wonen vlakbij Oxford Street en Marble Arch. Daarna zou ze iets anders moeten gaan zoeken en zou ze haar meubels over kunnen laten komen.
Ze kende eigenlijk niemand in Londen behalve Colin en Thomas, hoewel zij beiden praktisch gezien niet in Londen woonden en ze niet van plan was het contact met beide heren aan te gaan halen. Haar ouders maakten zich duidelijk zorgen dat ze zou vereenzamen. Vereenzamen was een woord dat haar vader vaak gebruikte en dat hem blijkbaar zelf veel angst aanjoeg, want hij bleef erover doorgaan. Dat ze maar contact moest leggen met kantoorgenoten en moest uitzoeken of er een Nederlandse vereniging in Londen was. En dat ze niet alleen moest gaan hardlopen maar naar en sportvereniging moest. Met haar kloppende kater-hoofdpijn lukte het Tamar niet geïnteresseerd te luisteren en haar vader gerust te stellen. Ze liet het maar zo, over een paar weken zou ze hem wel bellen en zeggen dat ze verre van vereenzaamd was.

Geen opmerkingen: