donderdag 14 juni 2007

XXX

Thomas legde zijn pen neer en rekte zich steunend uit. Het voorbereiden van zijn twee gastcolleges kostte hem minder tijd dan hij gedacht had. Hij had in Colin’s bibliotheek zitten werken, aan de achterzijde van het huis. Vanuit het raam kon hij het zwembad zien liggen, maar nu was het vanwege de regen met een zeil afgedekt.

Zijn lezingen zou hij pas over anderhalve week houden en die hoefde hij sowieso amper voor te bereiden. Wat hij daar ging vertellen kon hij dromen en zijn publiek bestond tegenwoordig louter uit middelbare dames met paardengebitten en te grote brillen, die op alles met “oh, really?” reageerden en na afloop op de borrel zich om hem zouden verdringen om hun eigen hijgerige theorieën over koning Henry VIII te spuien. Als hij geluk had, zou iemand één van zijn drie andere boeken gelezen hebben en zou er een interessant gesprek kunnen volgen. Als hij pech had, zou één van de dames hem proberen te versieren. Als hij echt veel pech had, zou hij erop ingaan. Twee jaar geleden was hij aangeschoten ingegaan op de avances van ene Alice, de vrouw van een lokale Tory-politicus. Alice was een intelligent en kordaat type geweest en na de borrel had hij zich door haar naar zijn hotel laten brengen – en meer. Pas achteraf drong tot hem door dat ze dezelfde voornaam had als zijn moeder. Met deze freudiaanse connectie in het achterhoofd, had hij haar vervolgtelefoontje beleefd afgewimpeld. Ze nam het vrij sportief op, maar soms vreesde hij dat ze bij een nieuwe lezing weer op zou duiken. Tot nu toe was dat nog niet gebeurd.
Hij hoorde Colin roepen of hij mee wilde rijden naar Oxford. Sinds Tamar weg was, leek Colin’s hartelijke houding ietwat bekoeld, al deed hij zijn best niets te laten merken.

Geen opmerkingen: