woensdag 13 juni 2007

XXIX

Na een paar dagen was de oude vertrouwde sleur van het leven en werken in Amsterdam er weer in geslopen. De eerste dag had nog spannend en anders geleken, maar al snel hadden de dagen zich aaneen geregen als een onherkenbare brei van saaie taken en taakjes. Ze vroeg zich weleens af of ze niet een heel ander beroep had moeten kiezen. Misschien had ze iets kunstzinnigers of creatievers moeten gaan doen. Ze hoopte maar dat een andere omgeving de sleur enigszins zou verlichten. Een nieuwe stad, een nieuwe taal, een nieuw kantoor met nieuwe collega’s, dat moest toch perspectieven geven.
Ze staarde uit haar raam en dacht aan alles wat ze nog moest regelen. Ze dacht aan Marlies die onverhuld teleurgesteld had gereageerd op haar enthousiaste verhalen over Londen en haar sollicitatiegesprekken. Ze had de Colin-episode verzwegen. Enerzijds om het gesprek kort te houden, anderzijds om afkeurend gesmak en ge-tsst aan de nadere kant van de lijn te voorkomen. En om opmerkingen als: ‘Ik ben dan wel wanhopig wat mannen betreft, maar ik doe het niet met bejaarden’ uit de weg te gaan.
Het was vijf uur. Zou ze het kunnen maken weg te gaan? Ze besloot haar computer aan te laten staan en haar jas te laten hangen en na de boodschappen terug te komen om die op te halen. Dan leek het of ze was blijven zitten, maar had ze toch een uurtje voor zichzelf gehad. Ze haalde haar fiets uit de fietsenstalling en begon aan een ronde langs de Appie, de Blokker, de Etos en de boekhandel en bracht vervolgens alles naar haar appartement. Rond half 7 was ze weer op kantoor. Ze sloop naar binnen, haalde haar jas op en zette haar computer uit om vervolgens met veel ‘tot morgen' geroep het pand te verlaten.

Geen opmerkingen: