Het was feitelijk hun laatste ruzie geweest voordat ze uit zijn leven was verdwenen, maar hij had nooit de connectie begrepen. Hij zag haar nog geagiteerd heen en weer lopen in zijn woonkamer. Ze had iets tegen hem gezegd dat hij niet verstaan had en toen hij had gevraagd wat ze bedoelde, ging ze compleet uit haar dak.
‘Je bent een geest in je eigen huis, Thomas, zie je dat dan niet?’
‘Ik ben er toch?’
‘Nee, dat is niet waar,’ zei Hannah verbeten. ‘Je bent fysiek misschien wel aanwezig, maar je bent er geestelijk nooit helemaal bij.’
‘Ik denk veel na.’
Ze rolde met haar ogen. ‘Dat is het niet. Houd op met spelletjes spelen. Je weet precies waar ik het over heb. Je bent afwezig, je leeft nergens, je vestigt je nergens.’
‘Dit is mijn huis!’ riep hij terug.’
‘Begin maar te schreeuwen, dat helpt,’ was haar sarcastische antwoord.
‘Ik woon hier! Als ik ergens het recht heb om te schreeuwen, is het hier!’
Terwijl hij de woorden uitsprak, realiseerde hij zich hoe kinderachtig het klonk.
‘Je wóónt hier.’ Ze keek hem spottend aan. ‘Zie je het dan niet? Je appartement is ingericht als een hotelsuite.’
‘Dat is niet waar. Ik heb geen minibar.’
Dat was het. Daarna was ze de deur uitgestormd. Anderhalve week later belde ze en deed ze – zoals altijd – alsof er niets was voorgevallen. Ze kwam eten, bleef slapen en ging ’s ochtends vrolijk de deur uit. Hij had haar daarna nooit meer gezien. Het duurde even voordat hij doorhad dat ze vertrokken was. Pas toen haar mailaccounts gesloten bleken en haar telefoonnummer niet meer in gebruik, begon hij argwaan te krijgen. Een telefoontje naar haar werk leerde hem dat ze haar baan twee maanden eerder had opgezegd. Ze bleek alles gepland te hebben.
dinsdag 12 juni 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten