woensdag 27 juni 2007

XL

Aanvankelijk drong het verhaal van Colin maar nauwelijks tot Thomas door. Hij hoorde zijn vriend spreken over het juweel dat hijzelf hem jaren eerder had laten zien, over de lege doos die Colin had aangetroffen in een lade op zijn slaapkamer en diens vermoedens over de werkelijke reden dat hij probeerde Hannah op te sporen. De woorden werden wel geregistreerd door zijn hersenen, maar om de één of andere reden kon hij ze niet direct in verband brengen met het hier en nu en dwarrelden de zinnen los rond in zijn hoofd en dreven ze zonder binding van elkaar vandaan. Zijn slapen bonsden en het klanken van Colin’s spraak werd vermengd met het geluid van een zware trom. Hij verontschuldigde zich en zonder op het verbaasde gezicht van zijn vriend te letten, liep hij richting het toilet. Voor de spiegel zag hij dat er een adertje in zijn linkeroog was gesprongen, waardoor zijn oog er rood uitzag. Het ooglid trilde licht mee met het rondpompen van zijn bloed.

Pas nadat hij een paar minuten voor de spiegel had gestaan, met zijn handpalmen op de rand van de wasbak, kon hij de verbanden weer leggen en de meeste zinnen die in zijn hoofd dwaalden, grijpen en in de juiste volgorde rangschikken. Colin was nog een stuk slimmer gebleken dan hij al gedacht had. Hij moest het hem dat toch nageven, al was het doorzoeken van zijn lade wel een achterbakse streek geweest. Nooit eerder had hij er spijt van gehad dat hij Colin in vertrouwen had genomen wat het juweel betreft. En nu hij erover nadacht, was hij zelfs opgelucht. Eindelijk had hij iemand om er over te praten. Hij had overwogen om Tamar over het juweel te vertellen, maar iets had hem tegengehouden. Misschien verstandig nu ze weer vertrokken was.

Geen opmerkingen: