dinsdag 8 mei 2007

IV

Nadat zijn Nokia was beginnen te piepen, was hij nog tien minuten blijven liggen. Zelfs onder de douche was hij niet echt wakker geworden, maar twee snelle koppen zwarte koffie hadden hem enigszins op gang geholpen. Toen de taxichauffeur om vijf over vijf aanbelde, stond hij met zijn koffer al klaar in de gang. Hij had graag nog even afscheid genomen van Rover, maar de gestreepte kater was in geen velden of wegen te bekennen. Altijd als hij op reis ging, liet Rover zijn afkeuring blijken door er zelf ook vandoor te gaan. Wil, de buurvrouw, had beloofd de komende dagen eten en water neer te zetten. Ze zou de gelegenheid wel weer aangrijpen om in zijn huis te gaan snuffelen, maar dat moest hij maar weer op de koop toenemen. Ze was nogal bemoeiziek, zeker sinds haar man Pieter zich twee jaar geleden uit haar verstikkende omhelzing had weten los te maken door dood te gaan. Zo ergerde het hem dat ze regelmatig vroeg of het nog goed zou komen tussen hem en Hannah. Aan de andere kant was ze altijd thuis om pakjes aan te nemen en Rover te verzorgen als hij op reis ging. Af en toe vroeg ze hem te eten, maar tot nu toe had hij dit altijd af weten te wimpelen. Haar somber ingerichte woning met de vage citroengeur en de grote foto van Pieter op de schouw boezemden hem een vrees voor eenzaamheid en ouderdom in.

De hoestende chauffeur reed zwijgend door de druilerige regen, zonder interesse te tonen in zijn passagier op de achterbank. Na een korte rit bleek het centraal station bijna uitgestorven. Een zwever in de hal schreeuwde tegen hem zonder het te menen. Zijn trein stond al klaar op het perron en vertrok om stipt vijf voor half zes.

Geen opmerkingen: