‘Dat is niet waar!’ riep Thomas uit. Is dat wel zo? was de vraag die meteen zijn hoofd gevormd werd.
‘Misschien heb ik me vergist,’ antwoordde Colin diplomatiek. ‘Maar toch denk ik dat je bang bent om van Hannah antwoorden te krijgen. Ze heeft nooit verteld waarom ze is weggegaan. Toen was de gedachte dat ze niet meer van je hield onverdraaglijk. Je hebt jezelf lang voorgehouden dat dat het niet kon zijn. Dat er een andere verklaring moest zijn. Tenslotte was ze niet alleen uit jouw leven verdwenen, maar had ze iedereen achtergelaten. Zelfs haar familie.’
Thomas knikte woordeloos mee. Zijn keel voelde ruw aan en zijn mond was droog.
‘Toen je me vertelde dat ze weg was, was ik zelf net zo verbijsterd als jij. Jullie leken zo gelukkig samen.’
Even kneep Thomas zijn ogen dicht. Al die uren die ze samen hadden doorgebracht, pratend, lachend, ruziënd. Ze had haar buien gehad, haar stemmingswisselingen en ze was zeker niet makkelijk geweest. Maar was dat niet onderdeel geweest van de uitdaging? En net toen hij dacht dat het hen gelukt was om hun stormachtige relatie wat rust en regelmaat te geven, had ze hem achtergelaten met honderden vragen.
‘Maar goed,’ ging Colin verder. ‘Ik vermoedde wel dat jij haar van andere motieven verdacht, al wist ik natuurlijk niet dat ze het juweel had meegenomen. En toen dacht je vast dat ze uit hebzucht had gehandeld?’
‘Ja,’ beaamde Thomas.
‘Maar uiteraard was dat niet de reden. Anders zou ze geen drie jaar gewacht hebben om het juweel te verkopen.’
‘Inderdaad.’
‘Dus voordat je eventueel naar Rome vliegt, moet je je misschien bedenken wat je daar wil vinden… àls je daar al wat vindt.’
‘Wat moet ik dan? Ik wil het juweel terug.'
‘Zelfs als dat een confrontatie met Hannah inhoudt?’
maandag 16 juli 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten