Pas toen ze weer op de stoep voor het kantoor stond was ze in staat rustig na te denken. Na het telefoontje van de recruiter was ze in haar zwarte pak geschoten en had de metro genomen. Alles was binnen no time geregeld. Zij wilde daar graag werken, de partners wilden haar graag hebben. Terwijl het verkeer door de straat raasde probeerde ze ergens een tentje te ontdekken waar ze iets te eten kon krijgen. Ze had een kater en was ineens doodmoe van alle zenuwen en de veel te korte nacht. Aan het einde van de straat ontdekte ze een Starbucks. De loungestoelen waren uitnodigend leeg en het was stil binnen. Ze bestelde een mango frappacino en een stuk chocoladetaart. Ze zakte weg in een stoel en genoot van de rust.
Ze dacht aan haar toekomst in Londen, aan haar appartement in Amsterdam, aan haar baan daar, aan haar ouders. Ze dacht aan Hannah die ze al zeker anderhalf jaar niet had gesproken. Onwillekeurig dacht ze aan Thomas. Hoe kwam hij aan haar nummer en waarom wilde hij zo graag eten? Ze moest ineens denken aan iets dat jaren geleden had plaatsgevonden. Ze was bij een vriendin op bezoek geweest in Eindhoven en besloot op weg naar het station nog even naar de Bijenkorf te gaan. Ze zou drie weken later een gala hebben en wilde nog even kijken voor een nieuwe galajurk. Op de afdeling met avondkleding had ze eindeloos rond gekeken en vier jurken gepast die alle vier geweldig waren. Ze had eindeloos voor de spiegel staan dralen in een zwarte jurk waarvan het lijfje, een haltertop model, bezet was met pailletten en de rok uit 6 lagen voile bestond. Ineens was vanachter een rek kleding Thomas opgedoken: ‘Hij staat je geweldig, je moet hem nemen. Ik betaal.’
donderdag 7 juni 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten