donderdag 10 mei 2007

VI

Hij was ruim op tijd op Schiphol. Zijn vlucht naar Heathrow vertrok pas om 07.15 uur. Hij vermoedde dat Tamar op Stansted of Gatwick zou vliegen. Met grote passen duwde hij zijn karretje met koffer richting de KLM-balie. Zou hij haar hier tegenkomen? Of was ze nog onderweg? Waarschijnlijk zou ze zich op het laatste moment het vliegtuig in haasten. Hij glimlachte bij de gedachte en bestelde koffie en een Italiaanse bol bij de Delifrance en kreeg van een chagrijnige jongen met een donzige bovenlip zijn wisselgeld terug. De muntjes gingen los in zijn zak, het vijf euro-biljet verdween bij de veel mooiere Britse ponden.

Er zat nog niemand bij de gate, toen hij zich daar met de ‘Volkskrant’ installeerde. Pas een ruim kwartier later kwamen de eerste medepassagiers. Zoals altijd vroeg hij zich af of hij samen met deze mensen zou sterven als het vliegtuig zou neerstorten. Onbekenden die met hem een lot zouden delen dat de opening van het nieuws zou halen. Een handjevol Japanse zakenlieden, wat Nederlanders die onmiskenbaar bij een bank werkten, een gezin met een dreinend kind en een clubje toeristen. Een nerveus ogende Duitser duwde telkens zijn modieuze bril over zijn neusbrug omhoog. Het was moeilijk er niet op te letten.

Toen de bril van de Duitser voor de zesendertigste keer naar beneden gleed, ging Edith schuin tegenover hem zitten en zei vriendelijk gedag. Of ze echt zo heette, wist hij niet. Het was een Engelse vrouw van middelbare leeftijd, die hij al vaker was tegengekomen op vluchten naar Londen. Ze hadden elkaar nooit gesproken, maar na de derde keer groetten ze elkaar altijd beleefd. Na verloop van tijd had hij haar ‘Edith’ gedoopt, omdat hij die naam bij haar vond passen. Was het een gunstig voorteken dat zij nu ook vloog? Wel toevallig.

Geen opmerkingen: