donderdag 24 mei 2007

XVI

Zittend in zijn auto bedacht hij zich dat het uiteraard een hopeloze zoektocht was geweest. Hoe groot was de kans dat hij Tamar ook daadwerkelijk tegen het lijf zou lopen? Hoewel het een regel schijnt te zijn dat je op vakantie in het buitenland altijd een bekende tegenkomt, was dat hem tot dusver nog niet gelukt. De auto stond geparkeerd op het pleintje bij Argyle Street met uitzicht op de boogramen van King’s Cross Station en het rode Victoriaanse station van St.Pancras ernaast. De restauratie was nog bezig, maar de stellages rond de gevel waren weggehaald. Hij had in de buurt rondgelopen en vreemde blikken gekregen van de verkoper bij WH Smith op het station, toen hij had geïnformeerd of hij een blonde Nederlandse vrouw gezien had. Het moest vast obsessief zijn overgekomen.

Net zo obsessief als zijn zoektocht naar Hannah? Nu het rechtstreeks onmogelijk was gebleken om haar op te sporen, moest hij het via Tamar proberen. Volgens Marlies had Hannah alle contact met haar familie en vrienden verbroken en wist niemand waar ze was. Maar Hannah had met Tamar wel een sterke band gehad. Zou ze echt zomaar jaren niets van zich laten horen? Zijn grootste angst was dat haar iets wat overkomen. Dat ze ergens dood en begraven was en het juweel voor altijd buiten zijn bereik. Het was een belachelijk idee geweest om als een gek Tamar achterna te reizen in de hoop Hannah te vinden. Had hij niet beter Tamar in Nederland of desnoods op Schiphol kunnen vragen om informatie? Hij had het gevoel dat Hannah in Londen was, maar hij vroeg zich af of Tamar dat ook wist. Waarom had hij niet gewoon aan Marlies Tamar’s nummer gevraagd? Alsof ze er in zou trappen als ze elkaar "toevallig" in een Londense straat zouden tegenkomen.

Geen opmerkingen: